Au Parleur

- De Kleine Ongeschifte Verniete Gazet -

Au Parleur streeft naar onbetrouwbaarheid van de gegeven informatie, waarvoor ze echter niet aansprakelijk kan worden gesteld.

- Vijfentwintigste editie - 2 maart 2024 - 2e Jaargang -



EDITORIAAL
Niks

‘Hey Bro, waarmee ben je nog zoal bezig de laatste tijd?’
‘Met opstaan, gaan werken, huishouden, koken, suffen achter de tv en gaan slapen’.
‘Boeiend!’
‘Ja, je krijgt er zoveel van terug hè?’
‘Mmm…’
‘En dan splitsen ze je nog een extra schrikkeldag in de maag dit jaar’.
‘Het is allemaal lucht, Bro’.



Hans Lengeler, Lorgues
Jeroen Vermeiren, Gent

Regi
Regi

Ode aan de bekende Vlaming

Proficiat met je geteleviseerde huwelijk Regi.
We kijken nu reeds uit naar je volgende.

Van harte.

HL

Ode aan de bekende Vlaming

WEEKBOEK
Hans
Hans

Audrey

Het wil ook in het zuiden al eens miezeren. Vorige zondag was zo’n dag waarop je liever binnen blijft en de dag doorkomt met het kijken naar ouwe films waar je enkel naar kijkt op een zondagnamiddag terwijl het buiten regent. Ik heb voor zulke gelegenheden een lijstje klaarzitten. Denk aan Cary Grant, Humphrey Bogaert, Gene Kelly, Fred en Ginger en de onnavolgbare Audrey Hepburn.

Mmmmmm, Audrey Hepburn…

Ik ben al heel mijn leven verliefd op Audrey Hepburn. Ik keek voor de gelegenheid nog eens naar Breakfast At Tyffany’s uit 1961 en lag te smelten onder mijn dekentje. Ook al speelt Audrey de rol van een totaal onberekenbaar kind voor wie ik in het echte leven zou gaan lopen, ze komt ermee weg. ‘Je bent totaal gestoord’, riep ik naar het scherm, ‘maar ik vergeef je alles. Alles’.

Mmmmmm, Audrey Hepburn…

Om even te bekomen keek ik ook nog eens naar Hitchcocks To Catch a Thief uit 1955. Cary Grant en Grace Kelly, moet ik meer zeggen? Speelt zich daarbij ook nog eens af in en rond Nice, op een boogscheut van bij mij. Ik voelde me helemaal in mijn element.

Voor iemand die weinig last heeft van nostalgie - het verleden is het verleden, er bestond evenveel miserie toen als nu - wil ik af en toe wel graag eens vluchten in de illusies van Hollywood. Ligt het aan mij of hebben die vintage films écht dat kleine beetje meer? Het tempo ligt een stuk trager dan in de hedendaagse cinema, er werd misschien ook iets meer nagedacht over hoe iets in beeld werd gebracht. Pellicule is tenslotte duur, je wil niet teveel verspillen, toch? Het accent lag toen ook meer op het verhaal dan op de speciale effecten, dat speelt ook.

Al wil je liefst vergeten hoeveel flutfilms er tegelijkertijd ook werden gemaakt in het Tinseltown van de jaren dertig tot pakweg de jaren zeventig. Ach, kwaliteit drijft altijd boven. Dat was toen zo en dat is nog steeds zo. Hoe dan ook, het kijken naar die ouwe films maakt me rustig.

Het werd dinsdag en ik ging door de nog steeds aanhoudende miezer naar de markt. Mijn vaste groentekraam biedt enkel aan wat het veld die week heeft opgebracht. De bloemkool is klein nu, de romanesco en de broccoli zien er niet uit, maar ze zijn vers en ze zijn van hier. ‘Heb je toevallig nog wat patate douce?’, vroeg ik. De dame toverde een drietal verpeuterde zoete aardappels tevoorschijn. ‘Je bent de Mary Poppins van Lorgues’, zegde ik dankbaar. ‘Ik weet het’, antwoordde ze, ‘het is een vloek en een zegen maar ik heb ermee leren leven’. Ze rondde de rekening af naar beneden. ‘Voor een vaste klant’, lachte ze me vriendelijk toe.

Op de trappen naar het vierde kwam ik mijn buurman van het tweede tegen. Pierre is de Leonard Bernstein van Lorgues. Hij is saxofonist en dirigeert de harmonie van ons dorp. ‘Ik ben bezig met mijn verhuis’, zegde hij, ‘ik heb iets gevonden, boven naast de oude omwalling. Ik betaal er evenveel, het is een groter appartement en er is geen lawaai zoals hier op de boulevard. Ik kon er niet meer tegen’. ‘Kan ik helpen met de verhuis?’, vroeg ik. ‘Het lukt wel’, zegde Pierre, ‘voor de grote meubels doe ik beroep op een verhuizer, de dozen doe ik één per één met mijn fiets’. ‘Pierre!’, riep ik verschrikt, ‘ik heb een wagen, laat me rijden. Met één of twee ritten is alles weg’.

Pierre wilde me daar niet mee lastigvallen maar ik drong aan. ‘Morgen doen we alles weg’, zegde ik, ‘Egalité, fraternité, liberté et solidarité. Wat als ik ooit je advies of goede raad nodig heb en jou niet wil storen? Wat zou jij denken?’. ‘Ja, dat zou niet slim zijn’, lachte Pierre, ‘maar ik trakteer een pastis per rit die je doet’. ‘Afgesproken’, zegde ik, ‘morgen doen we samen die dozen weg’.

Ik zal hem missen, mijn zachtmoedige buurman van het tweede. Zo’n beschaafd en ontwikkeld mens, die Pierre. Maar we spraken af dat we mekaar niet zouden loslaten.

Van mijn buurvrouw van het eerste heb ik al een tijdje niets meer gehoord. Maar dat is niet zo erg. Je kan haar bezwaarlijk de Audrey Hepburn van Lorgues noemen.

Wel in tegendeel.


HL

VANUIT DE PROVENCE
Audrey
Rasta
rasta

Rasta

Ik ben zelden zo jaloers geweest op een slak als tijdens het afgelopen weekend toen wij dozen, meubilair, kinderen en dieren moesten verschepen naar onze nieuwe woonst. Hoe heerlijk moet het niet zijn als je je hebben en houden altijd bij de hand hebt en er dus geen uitputtingsslag aan vooraf gaat als je beslist om eens naar een andere plant te verhuizen.

Er gebeuren op dit moment de meest verschrikkelijke dingen in de wereld en ik heb dikwijls tegen mezelf moeten zeggen dat deze verhuis zo relatief is maar men kan niet ontkennen dat het toch de nodige stress met zich meebrengt. En deze keer misschien nog wel het meest voor de dieren.

Brando zette zijn eerste poot binnen en kotste meteen alles onder om vervolgens met zijn snuit, dicht tegen het raam gedrukt, ons smekend aan te kijken terwijl wij ritjes op en af reden. Onze grootste vrees om Winnie in een kattenmand te lokken bleek ongegrond. Een blikje tonijn deed wonderen al troffen we nadien een tonijnendrol aan in het bad.
Maar wat vergisten we ons in de fluffige, normaal zo gezapige Rasta. Onder oorverdovend gekrijs duwden we haar in het mandje maar met een bovennatuurlijke kracht forceerde ze de hengsels en sprong er weer uit. Terwijl Rasta de vernis van de deuren krabde, ging Bert een nieuw mandje halen maar ook dat tweede mandje moest eraan geloven. Als een gek rende ze door de auto, over het dashboard, scheerde langs de ramen en rukte mijn haarspeld van mijn hoofd. Ik sleurde haar bij haar nekvel het huis binnen waar ze bleef miauwen tot ze hees was. Een zenuwinzinking nabij liet ik haar maar naar buiten. Ze liep direct terug naar de vorige woning.

Een kenner zou zeggen dat die verhuis een trauma triggerde want deze kat is een levend mirakel met nog geen zeven maar wel reeds vier opgesoupeerde levens.

In de Ardèche redden we haar en haar broertje van de verdrinkingsdood op een boerderij. Het lot van haar broertje was echter al besloten want enkele weken later werd hij doodgereden. Rasta, die hem altijd volgde als een schaduw, had niets.

Alhoewel, niet veel later bleek ze niet gewoon een rond buikje te hebben maar kon ze haar wel zeer prille tienerzwangerschap niet meer verstoppen. Een ballon met vier stokjes eronder, zo zag ze eruit voor ze beviel van vijf katjes. Ze bleek ondanks haar jonge leeftijd een ongelooflijk zorgzame moeder, zelfs té, want wat later vond ik haar stuiptrekkend in de tuin. Ze bleek letterlijk leeggezogen te zijn.

Hier in het zuiden volgde ze ons als een hond van de ene villa naar de andere tot ze op een dag niet meer thuiskwam. Grote paniek en de vele zoektochten ten spijt bleek Rasta van de aardbodem verdwenen. Ik dacht al aan een vos in het bos tot Bert veertig dagen, jawel 40 dagen, later Rasta aantrof in één van de villa’s. Zonder eten én zonder water. Het leunt tegen het onwaarschijnlijke en dat ze het overleefd heeft is echt een wonder. Ze hield er een kleine gezichtsverlamming aan over en kwijlt alles vol als ze aan het spinnen is maar van ronken en ‘droolen’ is die dag geen sprake.

Ondertussen woont Rasta onder het afdakje waar ik kook in afwachting van een keuken of mijn teiltje ledig na een kattenwasje want de badkamer moet nog betegeld.

Maar het valt allemaal in het niets als de oudste zoon, die tijdelijk in de garage kampeert op afwachting van een eigen plek in huis, me vertelt dat hij het heel fijn vindt op zijn kot in Aix maar toch telkens uitkijkt naar de weekendjes thuis. Vol van moederlijke liefde breng ik hem een pannenkoek met nutella en een versgeperst sinaasappelsapje op bed. En als ik de garagedeur achter me sluit besef ik dat het eigenlijk geen rol speelt waar we wonen of hoe we wonen, als we maar samen zijn.

Ofwel weten die jongens van mij gewoon veel te goed hoe ze mij om hun vingers moeten winden…


SL

DE WERELD VAN SWAANE
Rasta
Air
Air

Dokter Roma op coke

Op safari naar de Maan, dat zou nog eens wat zijn, dacht ik enige maanden geleden, toen pardoes uit het niets werd aangekondigd dat Air zou neerstrijken in De Roma in Antwerpen. Waarop ik daags nadien postvatte achter mijn laptop om mij in de online ticketrace te storten. 174-wachtenden-voor-mij lang verkeerde ik in onzekerheid of ik de finish zou halen, dan wel jammerlijk naast het racecircuit zou eindigen, pal in het grove grint. Een driewerf hoera ontglipte dan ook mijn van verlangen brandende lippen toen ik nog nipt door de mazen van het net wist te glippen.

En zo kwam het, lieve lezertjes, dat ik op een recente donderdagavond in De Roma in Antwerpen neerstreek, samen met bestie E., om aldaar live het legendarische album Moon Safari te degusteren, die vrucht van de al even legendarische en van Franse cool doordrongen elektronicawizzards Jean-Benoît Dunckel en Nicolas Godin. Wie nu een recensie verwacht is eraan voor de moeite. Die vind je – gratis zowaar – op de website van De Standaard, alwaar een lyrische journalist het optreden de volle vijf sterren geeft. Bestie E. en ik beg to differ. Nu is het altijd gevaarlijk om naar je jeugdhelden te gaan kijken, en al zeker als ze een studio-slash-conceptplaat voor een publiek tot leven willen wekken. Het begon best wel veelbelovend en let wel, die mannen weten natuurlijk van wanten met hun synths. Maar eerlijk? De afwezigheid van Beth Hirsch, de Amerikaanse folkzangeres die haar stem leende aan onder meer All I Need, was toch een bummer van jewelste. Want: wizzards met hun stem zijn Jean-Benoît en Nicolas dan weer niet, zelfs niet met behulp van een kwistige laag reverb. Genoeg over dat concert dus. Ik luister thuis wel naar de plaat.

Het échte avontuur speelde zich af in de statige inkom van De Roma, alwaar menig concertganger geregeld een sigaretje ging opsteken. Op de vlucht voor die vijf sterren van De Standaard, sans doute. Bestie E. en ik stonden daar aldus gezellig eentje te paffen toen we werden aangesproken door een vrouw wier naam ook met een E. begon, zij het dat ze behoorlijk tipsy was en wellicht onder invloed van nog een paar andere genotsmiddelen dan alcohol. ‘Goed zo, jullie zijn rokers!’ lalde ze. ‘Er gaat niets boven een sigaret! Of een paar mannen pijpen.’ Dat zei ze dus echt. De vrouw wier naam ook met een E. begon, bleek een huisdokter te zijn in een verafgelegen provinciestadje ergens in Vlaanderen. ‘Ja, mannen pijpen, ik doe het vaak. Je wil er al eens HPV aan overhouden of wat wratten, maar dat mag de pret niet drukken’, vervolgde ze. ‘Het leven is te kort. Je kan het er maar beter goed van nemen.’

Tot die conclusie was ze niet zomaar gekomen, deze zaadlustige Dr. Roma. Bleek dat ze in september vorig jaar in Marokko was tijdens de zware aardbeving aldaar en onder een hoop puin bedolven raakte. Het leverde haar naast een resem gebroken ruggenwervels – ‘gelukkig geen neurologische schade’ klonk het vakkundig – en ribben, wat hoofdletsels en nog enige andere ongemakken ook het inzicht op dat het leven dus werkelijk in een vingerknip kan voorbij zijn. ‘Drie weken later liet ik mij in een auto neuken door een vreemde man. Wacht, ik heb daar een ‘oorlogswonde’ aan overgehouden. Ik toon ze even.’ Dr. Roma stroopte haar rechterbroekspijp op en liet ter hoogte van haar knie iets zien dat van ver op een kneuzing leek. Bestie E. en ik wisten ondertussen niet meer waar we het hadden en schaterden het bij wijlen uit, om vervolgens weer met een mond vol tanden een nieuwe biecht van de lustige deerne te aanhoren. ‘Ik ben getrouwd, maar mijn huwelijk staat op springen. Het is een rothuwelijk.’
‘Vind je ’t gek’, dacht ik bij mezelf, ‘als je wildvreemde mannen neukt met een lijf vol genezende breuken en dagelijks al eens aan een lul wil lurken.’
‘Ik ben hier met mijn liefje, maar die is even coke gaan scoren’, kwetterde ze vrolijk verder, ons zo alweer vergastend op een verse ontboezeming. ‘O!’, riep ze uit. ‘We moeten vrienden worden op Facebook! Dan kunnen we eens daten! Met z’n drie! Niet daten daten hé, maar gewoon afspreken.’ Waarna ze mij aankeek en eraan toevoegde: ‘Oké, misschien wel met pijpen.’

De bestie en ik schuifelden wat ongemakkelijk, maar dat ontging Dr. Roma in haar benevelde staat geheel en volkomen. Dat wij ‘helaas’ nog een trein naar Gent te halen hadden, zegden wij. Een dwingende omstandigheid die ons noopte het gesprek af te ronden. Dr. Roma was één en al begrip. Zij gaf ons allebei een klapper en sloot niet uit dat ze die nacht nog zou neuken. Wij van onze kant waren na een wel erg onverwacht avondje Air vooral toe aan een shot frisse zuurstof.


PS: de werkelijkheid overtreft altijd de fictie…

PSbis: we zochten E. alias Dr. Roma op via het wereldwijde web, en ze is zowaar écht huisarts (maar ze rookt dus als een Turk, zuipt als een tempelier en verzamelt venerische ziektes).


JV

DE GEDACHTEN VAN JEROEN
Dokter Roma op coke
Karlijn
Karlijn

Een klein avontuur

Ik schrijf wel meer over innerlijke nachten en licht dat toch weer teder binnenvalt - een deel van na regen komt zonneschijn. Het proces van mannetje - vrouwtje in mijn innerlijk weerhuisje haalt me vroeg of laat weer in. Mijn broer zei me dat sommige mensen niets meemaken gewoon omdat ze dat willen. Ik weet niet of dat waar is, maar hij ging broederlijk verder “Jij bent een avonturier, want zo ben je en dan kom je wel wat tegen.” Er zit iets in in die woorden en ik sprak tot mezelf: “Altijd goed wanneer iemand je uit de draaikolk van zelfbeklag vist. Redelijk verzopen dan wel en ook beteuterd dat het weer te gevaarlijk was beneden op de bodem. Maar al bij al ben ik content met al dat plonzen, ademhappen en jongleren op de golven. En dat ik tot vandaag nog steeds niet verpletterd werd door het doffe gewicht van teveel zee.”

Midden in de nacht werd mijn buurvrouw gewekt door een vreemd geluid. “Ik liep de trap af!”, riep ze door het raam toen ik voorbijliep, op weg naar school. “En beneden in de gang hoorde ik het geluid opnieuw. Een stil gedempt gebonk, ik stond minuten lang stil, weet je. Ik durfde bijna niet te ademen om beter te kunnen horen, maar het bonken werd er luider van. Tot ik met een plotse bots begreep dat het mijn eigen hartenklop was die zo tekeer ging. Oef zeg.” “Wat deed je toen?”, vroeg ik. “Ik gaf er met mijn vlakke hand kleine klopjes op als op het rugje van een baby die nodig een boertje doet. Het is nu beter, maar ‘k ga er toch maar eens mee naar de dokter.” Een hart als een baby - ik stelde, naar haar voorbeeld, het tikkend kleintje in mijn borst gerust terwijl ik me met auto en al het verkeer in smeet.

Op zaterdag geef ik les. De school heeft een vriendelijk gezicht, ik moet er wat voor rijden, maar toch arriveer ik allerliefst in een vriendelijk gezicht. Zo loop ik de trap naar de klaszolder op. De vroegste leerlingen huppelen me voor. De kleintjes noemen het onze zolder, ons clubhuis. De jongste met wimpers als van een hertje knippert: “ons huisje”. En dan gaan ze overleggen wie vandaag op schoot mag bij de juf. Ik luister stil genietend hoe ze tot een akkoord komen. Voor mijn part mogen ze met de ganse klas op mijn schoot, maar dat werkt zo moeilijk. De lachketting is een populaire oefening, waarbij elke leerling met zijn hoofd op de buik ligt van een ander, te beginnen met de juf en zo verder. En dan begint de juf te lachen, het hoofdje van de eerste dendert op en neer, tot ze allemaal schuddebollen en schuddebuiken van het lachen. Goede oefening voor een juist gebruik van buiksteun. Elke les vragen ze: Juffie doen we vandaag de lachketting of de wieg of met de parachute of mogen we iets vertellen met een knuffel. Wie faalangst heeft wordt bijgestaan door zijn of haar ridders. De hele klas gaat dan de scène op en is de ruggensteun voor wie twijfelt. De sterke met hoge borst om een trillend veulen bij te staan en hoe nadien iedereen trots is, voor wat op de speelvloer kon. En terwijl elk opnieuw zijn zitje zoekt, vertellen de ridders hoe bang ze zelf soms wel niet zijn.

Ik hou met één hand het kloppen van mijn hart niet bij - het kleintje in mijn borst danst vrolijk mee. De kinderen komen vandaag even langs om les te volgen. En na afloop neem ik dankbaar afscheid terwijl ik ze even optil in de lucht als sterren aan de hemel. “Tot volgende week!”

Als volleerd avonturier maak ik een bedding waar het veilig zwemmen, vliegen en tuimelen is, waar we bergen beklimmen, monsters trotseren, slapen in tipi’s en bootjes varen op het ritme van onze ademhaling. Ik kijk ze na als ze weer huiswaarts gaan en als een feetje blaas ik nog een hartenwens toe.

De volgende groep onderaan de trap zwaait al “goedemorgen Juffie, gaan we vandaag weer op reis in ons hoofd?” “Ja, hoor”, antwoord ik “ het wordt een heel avontuur.

Moraal: Een klein avontuur hoeft niet minder groot te zijn.


KS

HET UNIVERSUM VAN KARLIJN
Een klein avontuur

OPINIE
Butler
Butler

De etiquette der hofmakerij

Weledele wellevendheidslustige,

Uw aanhoudend enthousiasme over mijn rubriekje in Au Parleur vervult mij met intense vreugde én gepaste nederigheid. Ik krijg briefwisseling waarin ik zonder verpinken een ‘baken’ en een ‘houvast’ wordt genoemd. De etiqette gebiedt dat ik de auteurs van dergelijke complimenteuze berichten dank voor hun minzaamheid, maar zij doen mij oprecht teveel eer. Ik zie mezelf slechts als een eenvoudig, dienstbaar doorgeefluik van een stuk op wat goede omgangsvormen, dit ten behoeve van het sociaal verkeer in het algemeen en uw persoonlijke, aangename interactie met anderen in het bijzonder. U weet dat wie geeft, gegeven zal worden. Zo wil het een heel oud boek. Welaan, zo is het ook met hoffelijkheid en goede luim. Wat u royaal verspreidt, zult u ook buitenmaats gul terugkrijgen. Het is, althans, mijn deugddoende ervaring.

Sta mij toe u vandaag enigszins te onderhouden in een meer historische aangelegenheid, met name de opmerkelijke etiquetteregels en gebruiken die in vroeger tijden goede pas gaven tijdens de hofmakerij. Niet zelden speelden kledij en accessoires daarbij een cruciale rol.

De waaier
Tijdens de 18e en 19e eeuw was het in sommige samenlevingen gebruikelijk dat vrouwen met hun waaier communiceerden. Verschillende waaierbewegingen hadden specifieke betekenissen. Het was met andere woorden een manier om discreet te flirten in het openbaar, zonder zich daarbij te bedienen van woorden, laat staan van al te gratuite vrijagemanoeuvres.

De hoepelrok
Wist u dat vrouwen in de Victoriaanse tijd hun enorme hoepelrokken gebruikten als een barrière tussen henzelf en het mansvolk? Aldus dwong een dame een heer tot voorzichtigheid bij het benaderen harer lijf en leden. Zelfs het per ongeluk aanraken van haar hoepelrok werd als ongepast beschouwd. Aldus was een uitdaging om dichtbij genoeg te komen voor een gesprek zonder evenwel des dames klederdracht te schenden. Overigens werd in die tijd van vrouwen verwacht dat ze hun enkels bedekten, daar het tonen van deze doorgaans sierlijke gewrichten als onfatsoenlijk werd beschouwd.

Helemaal paraplu
In de 19e eeuw werden paraplu's niet alleen gebruikt als bescherming tegen de regen, maar ook als een manier om privacy te creëren tijdens wandelingen. Het was sociaal aanvaardbaar voor een liefdespaar om onder dezelfde paraplu te lopen, wat hen een kans de kans bood dichter tot elkaar te komen.

Handschoenen
In de vroege 20e eeuw werden handschoenen beschouwd als een hoogstnoodzakelijk accessoire voor dames. Het verwijderen van een handschoen voor het schudden van handen met een heer was normaal, maar als een vrouw haar handschoen liet vallen in de buurt van een man die ze bewonderde, werd het beschouwd als een uitnodiging voor hem om het kleinood op te rapen en een conversatie te starten.

U merkt, waarde lezer, dat het er vestimentair én attitudinaal opzicht flink anders aan toegang in de laatste eeuwen van het vorige millenium. De vraag is of wij ons moeten bedroeven over deze verloren gegane gebruiken en galanterie, dan wel de vooruitgang en de moderniteit moeten toejuichen? Ik kan alleen ten hoogst persoonlijke titel spreken, maar wat mij betreft is wel degelijk het eerste hier van toepassing. Het breekt mij droef te moede als ik zie en hoor hoe geliefden in dit tijdsbestek met elkaar omgaan en communiceren, hoofdzakelijk middels mobiele berichten, waarbij het gebruik van zogenaamde emoji’s niet wordt geschuwd. Wel integendeel, ik denk dat wij in deze gewag kunnen, neen, móeten maken van een overdaad aan lichtvoetige symbolen die een karikatuur maken van het échte voelen en ervaren.

Mag ik u in alle vriendelijkheid en met de beste bedoelingen verzoeken over deze laatste kwestie eens bij uzelf te rade te gaan? Het kan geen kwaad af en toe in eigen hert te kijken en daarmee gepaard gaand aan zelfreflectie te doen. Ik heb gezegd.


OVER JEAN-PIERRE HOOFS
Hij mag dan geen sant in eigen land zijn, Jean-Pierre Hoofs is een man met naam en faam, niet in het minst in het Verenigd Koninkrijk. Hoofs stond decennialang aan het hoofd van de Londense School for Butlers & Hospitality, een instituut met wortels die teruggaan tot de 19de eeuw. Na een rijkgevuld leven aan de overzijde van het Kanaal resideert de man sinds twee jaar weer in het lieflijke Brugge, zijn beminde geboortestad. Daar vult hij zijn dagen als gepensioneerde zinvol in, onder meer als vlot Engelssprekende gids in het Memlingmuseum. Daarnaast verblijdt én verlicht hij de lezers van Au Parleur met zijn wijze raad voor meer courtoisie en goede manieren.



JV

JEAN-PIERRE HOOFS
De etiquette der hofmakerij
VERVOLGVERHALEN
Vandervijzen
Vandervijzen

Prof. Dr. Vandervijzen laat zijn licht schijnen

Deze week: een vierletterwoord dat rijmt op glorie

Dag leziger en dag lezigerin!

De voorbije week was wispelturiger dan een pasgeboren paardenveulen met ADHD, laat mij daarover duidelijk zijn. Tony, mijn favoriete patiënt, is behoorlijk op de dool geweest nadat hij ten prooi viel aan een hallucinatie waarin zijn ex-vrouw zich aan mij opdrong en vergreep, zeer tegen mijn wil in. Kan ik een eigen wil hebben in andersmans hallucinatie? Dat kan ik zeer zeker! En ik wordt geacht het te weten, na een jarenlange opleiding aan de de meest gerenommeerde universiteit van ons land. Nu moet gezegd dat ‘die van Tony geweest’ zich natuurlijk wel écht aan mij heeft opgedrongen, én dat uitgerekend op dat onzalige moment Tony hemzelve zonder kloppen mijn spreekkamer binnenviel. Ik hoor u al zeggen, leziger: ‘Ja, maar dan was dat geen hallucinatie van Tony hé, maar een levensecht situatietje!’ En gelijk hebt u natuurlijk, maar evenzeer hebt u het bij het rechte eind wanneer u het wegzet als een situatietje. Ik kan het belang van dat dimunitief (of is het diminutief?) niet genoeg benadrukken! Het was slechts dat: een akkefietje. In het belang van Tony’s welzijn doen we er goed aan het narratief van de hallucinatie vol te houden. U wil – daar ga ik toch van uit – de goede man niet aanzetten tot een wanhoopsdaad. En dus wil u – vanzelfsprekend – volharden in een leugentje om bestwil.

Overigens moet gezegd dat ik ‘die van Tony geweest’ oftewel mevrouw Vandersmosdinges (of hoe zij heet) tegen het schaars geklede lijf aanliep tijdens een optreden in het Antwerpse. Het betrof een conceptueel concert naar aanleiding van een lang geleden uitgebracht al even conceptueel album – het jaar moet 1998 zijn geweest – in de elektronica- en loungesfeer. Een album dat mij terugkatapulteert naar de periode van mijn afstuderen als psychiater. Mooie tijden waren dat. Doch dit geheel terzijde. Ik liep ‘die van Tony geweest’ dus tegen het schaars geklede lijf. Ladderzat was ze! Ze herkende mij zelfs niet! Dat zegt genoeg, want geloof mij: ik ben het soort man waarvan je niet licht vergeet dat hij je pad heeft gekruist. ‘Zal ik je pijpen?’ bazelde ex-mevrouw Tony met begerige ogen, wijl zij wat wit poeder wegvaagde met een satijnen sjaaltje. ‘Ik maal niet om een SOA links of rechts, laat staan om wat genitale wratten.’

Beste leziger en lezigerin! Het komt mij voor dat zowel de normen en zeden als de zin voor hygiëne én het respect voor monogame relaties danig op de helling zijn geraakt! Ik heb mevrouw Vandersmosdinges (of hoe zij heet) dus vriendelijk maar kordaat bedankt voor de aangeboden lip service en repte mij terug naar de gesloten psychiatrische instelling van de Broeders Alexianen, om mij aldaar terug te trekken in mijn studeervertrek. Ik heb – u mag dat weten – mijn lievelingscliënt Tony prompt laten ontbieden door de hoofdverpleegkundige, waarop wij samen een fles single malt Ierse Isley Whiskey soldaat hebben gemaakt, daarbij menige gemeenplaats over de vrouwenmensen in het algemeen en ‘die van Tony geweest’ in het bijzonder niet schuwend.

Ik ben door het beroepsgeheim gehouden aan uiterste discretie, dus veel meer kan ik daar niet over kwijt. Ik wil alleen nog met u delen dat Tony en ik een bijzonder verhelderende nacht beleefden, waarbij wij werden uitgedaagd al onze vaststaande overtuigingen in vraag te stellen, niet in het minst aangaande de klassieke genderrollen, ons beider geaardheid en de principes van de panseksualiteit. Ik hoor dit niet te zeggen, leziger en lezigerin, maar ik denk dat ik verliefd ben. Op een vierletterwoord dat rijmt op glorie.


JV

TONY IN DE PSYCHIATRIE
Prof. Dr. Vandervijzen laat zijn licht schijnen
Chalet25
Chalet25

Het openbare leven van een geheim agent - Skiverlof X, In de val

BIO
Geboren te: onbekend
Leeftijd: onbekend
Status: single
Studies: onbekend
Beroep: Geheim Agent
Adres: onbekend
Hobby’s: onbekend
Sterrenbeeld: onbekend
Speciale kenmerken: houdt zijn kousen aan in bed
Lievelingsmuziek: de filmscore van Jack Reacher (I en II) en Mission Impossible


Claude* legde zich languit op het grote hotelbed en vleide zich tegen Natasja aan. ‘Darling’, sprak ze, ‘denk je wel eens aan de toekomst? Wil je dit leven blijven leiden of is het stilaan genoeg geweest? Waar sta je nu?’. Claude* dacht even na en antwoordde, ‘Ik ben een van de beste geheim agenten van België, ik ben opgeklommen tot de rang van luitenant, ik heb een maandloon van tweeduizend honderdtwintig euro netto plus groeps- en hospitalisatieverzekering en een dertiende maand. Omwille van mijn undercover-activiteiten woon ik op een klein appartement in een achterafstraat te Sint-Joost-ten-Node. Ik leef zuinig en heb weinig nodig. De Belgische geheime dienst bezorgt me kleren en wapens… Wat heb ik verder nodig? Ik hou van mijn vaderland en ik sta ten dienste van onze democratisch verkozen regering en van ons vorstenhuis én ik amuseer me tijdens mijn missies. Laat mij een paar vijanden elimineren en ik ben de gelukkigste mens op aarde. Waar wil je heen met je vragen, baby? Je weet dat ik ben gebonden aan zwijgplicht’.

‘Liefje’, antwoordde Natasja sussend, ‘je bent in de fleur van je leven, je hebt nog vele kwaliteitsjaren voor je, laat ons voor onszelf beginnen. Ik heb Poetin tweehonderdvijftig miljoen ontfutseld voor een waardeloze formule, we hebben de Noord-Koreanen vijfhonderd miljard dollar lichter gemaakt. Die Poetin dollars hou ik voor mezelf maar de Noord-Korea-centen zal ik na aftrek van mijn commissie overdragen aan de Belgische premier. Je begrijpt dat er bankkosten zijn, onverwachte uitgaven en zo. Tien procent lijkt me dus een billijke deal. Dat maakt dat we een startkapitaaltje hebben van vijftigmiljard tweehonderdvijftigmiljoen dollar. We zitten daarmee nog niet in de Forbes top duizend maar het is een begin. Misschien kan ik de beurs een beetje manipuleren om ons kapitaaltje nog wat aan te spekken. We komen er wel’.

Claude* dacht na. Het enige wat hij wilde was de vijanden van het vrije westen vernietigen. Zolang hij een voorraad cola had en regelmatig een Big Mac™ kon eten, was alles goed voor hem. Misschien had Natasja gelijk en konden ze met dit kapitaal de vrije markt ondersteunen. Rijke mensen zijn per definitie goed want ze geven werk aan arme mensen, op deze wijze wordt de natuurlijke balans in evenwicht gehouden. En wie wil er tenslotte geen goed mens zijn?

‘Het is goed’, sprak Claude*, ‘zolang we dit geld gebruiken om het vrije kapitalistisch systeem te ondersteunen doe ik mee’. ‘Prachtig, darling’, lachte Natasja, ‘laat alles maar aan mij over. Kom, kus me’.

Claude* en Natasja sliepen heerlijk die nacht, in hun grote bed in de suite van Hotel l’Armancette te Chamonix. Ze deden zich te goed aan een heerlijk uitgebreid ontbijt en Natasja klapte haar laptop open om de nodige bankverrichtingen te doen. Claude* knipte de tv aan en zag op RTL dat groot-hertog Henri van Luxemburg had aangekondigd te willen scheiden van groothertogin Maria-Teresa Mestre om te kunnen trouwen met Josephine Van Weilburg, hoofd van de Luxemburgse geheime dienst SRE. ‘Prima’, dacht Claude*, Ons Josephine is dus veilig thuisgeraakt vanuit Davos. Het Zwitsers spoor is nog steeds betrouwbaar, dat is goed om weten. Er zijn nog zekerheden. Ik zal haar een gelukstelegram sturen, dat zal haar plezier doen’.

Natasja klapte haar laptop dicht. ‘Klaar’, zegde ze, ‘ik heb ons deel overschreven naar een geheime rekening in Macau, de rest van het geld kan worden opgehaald door Barre Berry*. Bezorg jij hem de gegevens?’.

Claude* belde naar Barre Berry* en vertelde hem hoe hij de resterende vierhonderdvijftig miljard dollar kon ophalen. ‘Schitterend’, riep Barre Berry* verheugd, ‘ik had eerlijk gezegd verwacht dat de bank op de Kaaimaneilanden méér zou hebben afgehouden als onkosten. Die mensen moeten ook leven tenslotte, hoe doen ze het? En wat jou betreft, mijn beste Claude*, ik denk dat er een lintje inzit. De premier heeft me laten weten dat hij je zou voordragen voor een medaille van de Orde van Leopold II. Een grote eer! Wat zijn je plannen verder?’. Claude* antwoordde dat hij nu eindelijk eens de latten zou willen aanbinden. ‘Straks is alle sneeuw gesmolten zonder dat ik een beetje winterpret heb gehad’, zegde hij, ‘daarna zie ik wel’. Claude* bleef bewust een beetje vaag over zijn toekomstperspectieven. Hoe minder de mensen weten, hoe beter.

Claude* en Natasja bestelden via het hotel twee skipassen en een uur later gleden ze door de malse sneeuw van de flanken van de Mont-Blanc naar beneden. Als geoefende snowboarders verlieten zij aldra de afgebakende piste en lieten zich leiden door hun gevoel. Vanuit een sparrenbosje schoot plots een sneeuwscooter tevoorschijn. ‘Potjandorie’, vloekte Claude*. De Russen hadden hen gevonden! ‘Vlucht’, riep hij naar Natasja, ‘ik probeer hen af te leiden’. Claude* trok zijn vertrouwde Beretta 80X Cheetah uit zijn kalfslederen borstholster en schoot maar verloor hiermee zijn evenwicht en viel. Iets raakte zijn rechterslaap en hij verloor het bewustzijn.

Claude* werd wakker en besefte dat hij zich ergens in een koude berghut bevond. Hij zat op een oncomfortabele stoel waaraan hij was vastgebonden aan handen en voeten. Hij zag drie ongure mannen met een stinkende adem op hem neerkijken. ‘Zo zo’, sprak een man met een glimmende huid en vettig haar, ‘onze spion wordt eindelijk wakker. Heb je lekker dodo gedaan?’. De twee anderen lachten schor om deze flauwe opmerking. ‘Weet je wie ik ben?’, vroeg de man, ‘Ik ben hier om wat informatie uit je los te weken’.

Claude* had natuurlijk meteen Zjoeganov herkend, één van de vuilste mannetjes van Poetin. ‘Ja, natuurlijk’, antwoordde Claude*, ‘je bent Zjoeganov, de Rat van Rabotino. De syphilis heeft je dus nog steeds niet klein gekregen, zie ik. Drinkt je moeder nog altijd water?’. Voor een Rus is dit de meest kwetsende belediging die je kan bedenken en de ogen van Zjoeganov vernauwden zich tot spleetjes. ‘Laat mijn moeder erbuiten’, siste hij, ‘zij drinkt wodka, net zoals iedereen’. De Rat van Rabotino sloeg hard met zijn vlakke hand op de wonde aan de rechterslaap van Claude*. Deze gaf echter geen krimp en daagde de ander verder uit. ‘Gaat je zuster nog steeds twee keer per maand in bad?’, vroeg hij. Zjoeganov ontplofte haast. ‘Mijn zuster scheert haar snor en gaat zoals iedereen in bad op nieuwjaar’, brulde hij.

‘Kom ter zake’, antwoordde Claude* rustig, ‘Wat wil je van mij?’. ‘De formule van Coca-Cola®, de echte en niet die van River Cola die die hoer van een Natasja ons heeft verkocht’, brulde Zjoeganov. Eén van de twee handlangers grinnikte. ‘Ja, daar heeft Poetin zich flink laten rollen’, lachte hij. Zjoeganov nam zijn Kalashnikov AK-19 en schoot de man ter plekke neer. ‘Niemand lacht met onze democratisch verkozen president Vladimir Poetin’, sprak Zjoeganov. ‘Wie kritiek heeft, wordt geëlimineerd. Orders van de grote baas zelf’.

Terwijl de Russische bandieten onder mekaar ruzie maakten, dacht Claude* koortsachtig na. Natasja was duidelijk ontkomen, dus had hij nog een kans. Hij moest tijd rekken.

Wordt vervolgd…


*Claude Vandenbossche is de schuilnaam van Clement Vandevelde, adres bij de redactie gekend. Barre Berry is de schuilnaam van Bernard Peeters, adres bij de redactie gekend.


HL

UIT HET LEVEN
Het openbare leven van een geheim agent - Skiverlof X, In de val

GEMENGDE RUBRIEKEN
Dokter Dupont
Dokter Dupont

Dokter Dupont geeft medisch advies


DE VRAAG VAN JEAN LAMOUR

Dag dokter,

ik voel mij precies niet goed. Lichte hoofdpijn, mijn maag ook niet helemaal in orde denk ik, slap in de benen. Het doet zo overal een beetje pijn. Maar toch niet echt. Enfin, ik ben niet in mijn haak.

Jean Lamour

ANTWOORD

Beste meneer Lamour

U lijdt aan wat wij in het doktersjargon een “malpartout” noemen. Kom eens op visite op mijn kabinet, dan zet ik u een maand op de ziekenkas. Als het dan nog niet beter gaat, nog eens een maand.

Een aspirientje kan ook helpen. Of een paar lappen rond uw oren.

Veel beterschap,

Dokter Dupont


DE VRAAG VAN TAVIE COPPENS

Meneer doktoor,

Ik ben terug van een groepsreis naar Tenerife en ik ben al meer dan een week verstopt. Dat eten in den vreemde, ik kan daar niet goed tegen. Mijne man was ook mee maar die heeft totaal geen last. Ze geven daar bij alles bananen, zou het dat kunnen zijn?

Tavie Coppens

ANTWOORD

Beste mevrouw Coppens,

Verstoppingen kunnen zich voordoen bij verandering van spijs. Ofwel moet je man het eruit peuteren met zijn vingers, ofwel moet je een lavementje zetten. Je kan ook twintig miuutjes boven een schoteltje Destop hangen maar vermijdt hierbij contact met de huid tenzij je Flammazine binnen handbereik hebt.

Tip: boek volgende keer je vakantie bij Reisbureau Tourista.

Het beste,

Dokter Dupont


DE VRAAG VAN VERBEKEN GUSTA

Geachte,

Ik ging vorige week naar de winkel en onderweg ben ik bijna gestruikeld. Van sinds heb ik een schrik gepakt en nu durf ik niet meer buiten komen.

Verbeken Gusta

ANTWOORD

Beste Verbeken Gusta,

Hier kan geen hulp meer baten. Ik geef u nog hooguit twee maanden.
Maak uw zaken in orde en neem afscheid.

Veel couragie,

Dokter Dupont


HL

STEL JE VRAAG AAN DOKTER DUPONT
Lezersbrief
Lezersbrieven

Lezerbrieven

Beste Au Parleur,

Om te kunnen trouwen moet ge wel met twee zijn hè. Deuh!
Waarom zet ge alleen Regi zijn portret in uw gazetteke? En ik? Tel ik al niet meer mee misschien?

Wacht maar! Nu ben ik echt kwaad.

Kristel


Beste Au Parleur,

Hebben jullie toevallig geen adressen van mensen die elke gelegenheid aangrijpen om zichzelf te beklagen? Het is voor mijn nieuwe FaceBook groep. Ik weet dat er veel moeten zijn maar wie ik probeerde te contacteren begon direct over iets te klagen.

Ik kan er niet meer tegen.

Clem Vanmalderen


Integraal overgenomen uit een bericht naar Jeroen (mailadres heb ik licht veranderd):

Hallo Excuseer mij dat ik op deze manier contact met u opneem, ik stel mezelf voor Mevrouw Rosa maria , van Duitse afkomst, ik woon momenteel een tijdje in Frankrijk. Soms vraag ik me af waarom ik op planeet aarde ben, omdat ik aan een ernstige ziekte lijd: keelkanker. Helaas voor mij werd deze keelkanker niet snel ontdekt, waardoor de ziekte zich in mijn bloed verspreidde. Ik heb een bedrag van 780.000 euro dat ik graag wil schenken aan een betrouwbaar, eerlijk en serieus persoon met als doel er goed gebruik van te maken. Ik ben ook al 30 jaar weduwe en het verlies van mijn man en mijn 2 kinderen heeft mij enorm getroffen, en ik heb tot op de dag van vandaag niet kunnen hertrouwen, hij was mijn enige liefde en zonder hem ben ik niets. Ik zou dit bedrag, dat staat voor jaren van hard werken en zwoegen, graag willen doneren voordat mijn dood zeker is, aangezien mijn dagen geteld zijn vanwege deze keelkanker die aan mij vreet. In Frankrijk konden artsen geen ander geneesmiddel vinden dan een kalmerend middel. Het is voor mij belangrijk om te sterven in de wetenschap dat het enige dat ik nog heb in de handen van een goed persoon is en ik zou graag willen weten of u van dit geschenk kunt profiteren. Dus als u geïnteresseerd bent in het ontvangen van deze donatie van 780.000 euro, kunt u contact met mij opnemen via mijn e-mailadres.

E-mail: rosamariav797@gmuil.com
Schrijven naar Rosa maria


Stuur ons jouw lezersbrief
LEZERSBRIEVEN
Gaston
Gaston
Crazy Pub

Asse 1979
Veeleisend persoon

‘Bij bij bij … Crazy Pub. De venten willen erup. Ze staan te dringen op de stoep…’ zongen de haut-parleurs.

Crazy Pubs vind je als je wat zoekt en searchst in London en navraag doet bij de kenners. Wat Frans staat ook erg chic in een Engels milieu. Ik ben ooit in zo een pub geraakt amper 16 met de school in London voor 10 dagen. Een ongelooflijke ervaring. Filmster Jane Fonda daar aan de muur in de English corner praat ook vloeiend Frans. Dat hoort nu eenmaal bij de opleiding van meisjes uit de gegoede klasse op High School. Nu zit ze aan een tafeltje en drinkt een koffie. Ze is aan het bekomen van haar laatste film: The China Syndrome. Een aanrader voor iedereen.

Dààr staat ze.
Ze kwam tot leven, was hartelijk en maakte haar toog schoon. Een beetje breed geschouderd, blauwe bloes met allicht lichtelijke inkijk maar niet van hier. Wat kralen rondden haar hals en pols. Ze lachte breed en haar fonkelende ogen ingebed in donkerblauwe oogschaduw volgen de mijne. Ik was hier nieuw en ik nam binnen de tijd alles of toch een groot deel in me op.
Ik vertelde haar een paar dingen en keek wat rond. Alles was echter vierkant en scheen donker behalve het licht dat ermee spotte. Rood aan de ramen en zwart op de muur en plafond. Arduinen trapjes, wel bijna onverlicht vooraan om binnen te komen. Een glazige rode telefooncel belde voor een dringend gesprek rechtstreeks zo met London.

‘Dus gij zijt Geert, en uw familie is van Gent? Ik ben Gaby, Gaby van de Crazy Pub en ik zijn van Leuven. En uwen naam zegde is De Boos? Dat heb ik nog nooit gehoord’ en zij opende en sloot wat koelkasten voor en achter haar met wat hand- en voetwerk.
‘Tjak! Tjak!’ deden ze.
‘Gedrild. Ze zijn gedrild’, dacht ik.
En wat doete gij, hatte gezegd buiten die mooie blonde krullen tonen in uw lange haar?” vroeg ze curieus maar vol lach.
‘De laatste tijd vooral verhaaltjes en moppen schrijven’ antwoordde ik gevleid.
‘Moppen schrijven?’ en ze wreef met haar hand sensueel op en neer over het koper van de stangen naar haar verlaagde hemel.
Haar lach zonk diep in haar decolleté.
‘Een vrouw met pit’ dacht ik.
‘En gij wilt ne Whisky. Nen Johnny is goed? Met ijs of zonder?’.
‘Whisky on the rocks als het kan Gaby. En Johnny wandelt nog altijd naar links’.
‘Naar links? Weurom ‘ns niet naar rechts?’ speelde ze mee.
‘Ja zie Gaby dat is een goed idee. Hij zal speciaal voor u misschien de andere kant oplopen… Hoogstens een reclamestunt. Maar dat zal nog niet voor morgen zijn’ zei ik luchtig.
‘Gij doet alsof diene Johnny op de fles echt is. Heu, heu, ha, hé, hi, ha, ha’.
Gaby kreeg de slappe lach. Dit wijst vaak op oververmoeidheid las ik eens. Gaby zal ook nooit iemand tegenspreken, bedacht ik.
‘Een of twee blokjes Boosje?’ herstelde ze zich.
‘Doet er maar twee. Ik ben namelijk een veel-eisend persoon’ vertraagde ik met opzet en met een accent op dat diepgevroren eis.
‘Een veel ijs-end persoon! Ik heb hem! Ha ha, ja, ja, g’ had het gezegd hé: moppen schrijven’ bulderde ze nu van de lach.
‘Kijk Boosje, hier zie; ge krijgt er nog twee extra blokjes bij, helemaal gratis voor niks van mij. Nu hebt g’er vier. Zijde nu content?’.

Mijn lach na een eerste teugje op haar gezondheid glimde heel fel in haar ogen en ik rinkelde het ijs met mijn glas.
Content was ik al lang toen ik de drie trapjes besteeg. Van beneden in het donker zie je de felle koperen lamp en de zwarte glimmend gelakte toog op je afkomen alsof je tegen de achterkant van een volle vleugelpiano aankijkt. Ik had het stuk toog en een deel van de muziekgolven nu voor mij alleen en beklom moe na een weekje elektronicaleer een rode velvet barkruk op een koperen stang. Eindelijk rust.
Af en toe ‘Boosje!’ passeerde Gaby ‘Boosje!’ en haar benenveld nam toe na nog een passage ‘Boosje!’ in de blauwe sigarettenrook.
Licht beneveld viel mijn frank. Gaby dat is een madam, een madam van de wereld neergestreken als een bewaarengel hier in die Crazy Pub. Heel het kruim van de Vlaamse muziekwereld Raymond, Urbanus, Jean Blaute..., zou het weten en het ‘s nachts uitzweten. Als Gaby verdwijnt dan verdwijnt de Crazy Pub zelf mee.
‘… geld, geld, geld om kadootjes te kopen…’ galmden nu de luidsprekers in stereo onafhankelijk van elkaar.
Het blokjesijs was klaar met mij. Zij al lang met zichzelf.
Het was een aangename kennismaking. Ik stapte mijn Citroën GS in, liet hem omhoog komen, duwde Tangerine Dream in mijn cassettespeler en liet het zijn Moog doen. Ik zweefde dromend naar huis.

En is dat waar gebeurd? Ja dat is waar gebeurd.
GDB PMS Belgium.
Voor mijn papa JJ De Boos
Jouw comment graag naar Au Parleur. Dank je wel.


GDB

NONKEL GASTON
Editie 25 | Au Parleur
Poëzie op maat

© Au Parleur - JEROEN VERMEIREN/HANS LENGELER 2023/update 2024

SINT-DENIJSLAAN 31A - 9000 GENT

11, BOULEVARD CLEMENCEAU - 83510 LORGUES - FRANCE

BEELDEN: EIGEN WERK & UNSPLASH